Bijgewerkt op 21-06-2019
pastor@corneliuskerk-limmen.nl

  OP DE PEDALEN

 


 

OP DE PEDALEN                                   21 juni 2019

WELKE MENSENNAAM KUN JE AAN GOD GEVEN.
Het is zo moeilijk om God een naam te geven. Dat komt ook omdat God zich op verschillende manieren manifesteert. God bereikt de mens niet langs één weg. Maar wat wel duidelijk is dat Hij geen enkele mogelijkheid voorbij laat gaan om ons te bereiken. Ik kwam het volgende verhaaltje tegen: Op een goede dag stapte God een ziekenhuis binnen. Hij wandelde onopvallend over een paar afdelingen, maar stond ten slotte voor een hoofdzuster die zich een hoedje schrok en zenuwachtig zei: “Zeg, weet U wel dat het nu geen bezoekuur is? Maar zeg me eens eerst: hoe moet ik u eigenlijk aanspreken?” “Noem mij maar Vader”, zei God, en dat klonk heel vriendelijk.  “Maar mijn vader is verschrikkelijk autoritair”, zei een jonge verpleger die net voorbij kwam, “en hij begrijpt mij helemaal niet. Ik kan beslist niet met hem praten”. “Tja”, zei God, “dat is vervelend. Weet je zeker dat je zelf helemaal vrijuit gaat?... Maar, hoe dan ook, je mag ook gerust Moeder tegen me zeggen, want zelfs al zou een moeder haar kind verloochenen, ik laat jou nooit in de steek”. “Mijn moeder heeft mij wel in de steek gelaten”, zei een jeugdige patiënte, die in haar ochtendjas over de gang wandelde: “ze is er met een ander vandoor gegaan en ze hebben mij in een tehuis gestopt”. ”Onbegrijpelijk dat zoiets onder mensen voorkomt”, zei God; ”en je bent nog wel zo'n lief kind... Noem mij dan maar liefste, want ik wil alles voor je zijn”.

EENHEID IN VERSCHEIDENHEID
Maar ook die naam riep reacties op. “Jawel”, zei een vrouw op de kamer naast de zusterspost, want ze had alles gehoord, “jawel, ik meende het zo, toen ik mijn man liefste noemde, twintig jaar geleden. Maar nu snauwt hij mij af. Ik ben niet meer dan z'n dienstmeisje en kinderjuffrouw”. “Dan weet ik het ook niet meer”. zuchtte God, “dan is er blijkbaar geen mensennaam voor mij te vinden, waarmee iedereen mij zou kunnen noemen”. Aan het einde van de gang was er gerammel en een stem riep: “eten”. “Ik moet opstappen”, zei God. “Maar u vroeg hoe u Mij moest aanspreken, zuster. Zeg maar Vader of Moeder of Liefste of net wat uw hart u ingeeft. U mag ook gewoon God tegen me zeggen. Het doet er niet toe, als jullie maar proberen zoveel mogelijk waar te maken wat ik ben: eenheid in verscheidenheid”. En weg was Hij. Tot zo ver dit verhaal. Want de God in dit verhaaltje had gelijk: er is geen mensennaam voor God te vinden. Elke naam roept bij mensen wel eens negatieve gevoelens op, naar gelang ze zelf in hun leven hebben meegemaakt. En het woordje God zegt ook al niets: je kunt er alle kanten mee op, het roept bij mensen heel verschillende gedachten op. In de naam van God zijn in de loop der eeuwen veel misdaden gepleegd. Maar in de naam van diezelfde God is er ook heel veel goeds gebeurd. God kun je niet vangen in allerlei geleerde formules, Hij is niet te beredeneren. Je kunt alleen iets van Hem voelen in je hart, en vanuit dat gevoel Hem een beetje zichtbaar maken in je leven, in je verbondenheid met elkaar.

pastor Johan Olling