Geschiedenis

Het verhaal over het katholieke kerkgebouw in Limmen beginnen we in 1598. De protestanten hadden na de beeldenstorm de kerk, die toen nog was toegewijd aan Sint Maarten, ingenomen. Bij de komst van de eerste predikant ‘van de nieuwe religie’ stonden de katholieken op straat. De priesters die toen rondtrokken en Limmen aandeden, vierden de erediensten in boerderijen.

In 1620 had men een vaste schuur als kerk ingericht. Het was allemaal nog wat primitief. Er moet toen een altaar zijn geweest en een groot schilderij van Cornelius waar hij stond afgebeeld met een hoorn (‘Corno’). In de volksmond noemde men deze vaste schuur het nieuwe ‘roomsche predikhuis’.

Het was in 1850 dat men een eigen kerk wilde. Men had het oog laten vallen op een stuk grond aan de disseldorp. De kerk werd ingewijd in 1856 en zou daar een nieuw middelpunt worden voor Limmen. Maar de Limmers vonden de kerk niet af. Hij had geen toren, en het was in 1863 dat de kerk een toren had.

Pastoor Leesberg (1894-1908) vond de kerk te klein. Er was teveel onderhoud en de pastorie onbewoonbaar. In 1899 lanceerde hij het voorstel een nieuwe kerk te bouwen. Beroering alom. Maar pastoor Leesberg zette door. Architect P. Snel tekende de nieuwe kerk en pastorie. De aanbesteding was op 10 april 1901 en de firma J.H. Groenedaal uit Amsterdam, een bekende kerkenbouwer uit die dagen, bouwde de kerk voor Fl. 99.875,-. De pastorie werd gesloopt en naast de oude kerk bouwde men de nieuwe kerk. Mede door het mooie weer verliep de bouw voorspoedig en in april 1902 werd de kerk opgeleverd en op 15 april ingezegend met “Te Deum” en dankzegging.

Van de oude kerk zijn de communiebanken, de preekstoel en het orgel van de firma Ypma van 1880 overgegaan. De preekstoel van ‘Strake’ is nog te bewonderen, en de beelden van de communiebanken van ‘Strake’ staan nu in de pastorie. Het orgel is inmiddels vervangen.

Bij het 25-jarig priesterfeest van pastoor Leesberg is 1903, schonk de parochie de gebrandschilderde ramen in het priesterkoor. Die zijn uit het atelier van de gebroeders van Rooyen uit Roermond.

In 1943, tijdens de 2e wereldoorlog, vernietigde een afgeworpen reserve-tank met kerosine van een geallieerde bommenwerper de Mariakapel voor in de kerk. Het altaar en het Mariabeeld waren stuk, de trap van de preekstoel, 20 bidstoelen van de zusters van het Maria-oord en de voorste kerkbanken waren verbrand. Pastoor van Leeuwen liet na de oorlog uit dankbaarheid een nieuw raam ontwerpen met als titel: ‘Mystieke roos’ uit de litanie van Maria. Dit raam werd destijds in de Maria-kapel geplaatst, en is nu nog te bewonderen in de doopkapel.

Zoals met alle kerkklokken, werden ook de drie klokken uit de Corneliuskerk in 1943 door de Duitse bezetter weg geroofd en gesmolten voor de oorlogsindustrie. Alom het gezegde: ‘wie met gewijde klokken schiet, die wint de oorlog niet’. Na de oorlog werd er een klokkenfonds opgericht en werd er geld ingezameld voor drie nieuwe klokken, toegewijd aan: Martinus, Cornelius en Maria.

De kerk en liturgievernieuwing in de jaren 70-75 vroeg om aanpassingen van het priesterkoor en een nieuw altaar. Dit vond plaats onder het pastoraat van pastoor Ruiter.
Een brand op 3 mei 2018 heeft de kerk zwaar beschadigd. Het houten dak is afgebrand en het interieur afgevoerd i.v.m. brand-, rook- en waterschade.

Met vereende krachten en voortvarend inzicht heeft bestuur en vele vrijwilligers, met toestemming van het bisdom, de schouders er onder gezet en de kerk weer opgebouwd en geprobeerd de kerk klaar te stomen en aan te passen voor de jaren die voor ons liggen.

PASTOORS vanaf 1838


1838-1868: PASTOOR SCHMEDDING


1868-1894: PASTOOR SCHOLTE


1894-1908: PASTOOR LEESBERG


1908-1930: PASTOOR PEEPERKORN


1930-1939: PASTOOR DE WOLF


1939-1953: PASTOOR VAN LEEUWEN


1953-1967: PASTOOR BANGERT


1967-1971: PASTOOR VAN TEYLINGEN


1971-1992: PASTOOR RUITER


1992-1999: PASTOOR TOL

© 2019 H. Corneliuskerk Limmen. Alle rechten voorbehouden. | Privacybeleid

ontwerp: designw.nl - technische realisatie: webheld.nl